Hoe kijk je terug op vier jaar besturen? Wat viel mee, wat viel tegen, waar ben je trots op en wat had beter gekund? In een extra lange uitzending van Zeewolde Kiest maakten de vier huidige wethouders van Zeewolde de balans op.
Erik van de Beld, Ernst Bron, Steven Scheffer en Helmut Hermans spraken niet alleen over hun eigen portefeuilles, maar ook over de samenwerking binnen het college. Daarbij viel op dat alle vier het college typeren als stabiel, collegiaal en betrokken. Tegelijk werd duidelijk dat veel grote dossiers nog niet zijn afgerond. De nieuwe gemeenteraad krijgt een stevig pakket aan besluiten, onderzoeken en keuzes mee.
In dit artikel staat de gezamenlijke terugblik centraal. De belangrijkste dossiers per wethouder worden daarnaast in vier verdiepende artikelen verder uitgelicht.
Voor Erik van de Beld was het wethouderschap vooral een periode waarin hij ontdekte hoe concreet gemeentelijk beleid voor inwoners kan zijn. In het sociaal domein zag hij mensen die vastliepen, maar ook hoe beleid kan worden aangescherpt door goed naar individuele verhalen te luisteren. “Die ene persoon is vaak een symbool voor de rest wat erachter zit,” zei hij.
Ernst Bron omschreef zijn wethouderschap als “een wereldreis”. Niet letterlijk, maar wel in de zin dat hij met heel uiteenlopende onderwerpen, mensen en bestuurslagen te maken kreeg: van openbare ruimte en afvalbeleid tot landbouw, duurzaamheid en overleg buiten Zeewolde.
Steven Scheffer stapte later in, als opvolger van Winnie Prins. Hij noemde het “op een rijdende trein stappen”. Toch kreeg hij naar eigen zeggen snel grip op zijn portefeuilles, mede doordat hij eerder raadslid en kort wethouder was geweest.
Helmut Hermans wilde het niet direct in termen van mee- of tegenvallen vangen. Volgens hem komt er als wethouder veel op je af. Hij sprak over leuke kanten, maar ook over de minder prettige kant van politiek bestuur: de manier waarop bestuurders soms persoonlijk worden bejegend, zeker online.
Bij de vraag wat tegenviel, kwamen verschillende antwoorden naar voren. Van de Beld noemde vooral het tempo van de overheid. Vanuit het bedrijfsleven was hij gewend sneller te handelen. In de gemeente leerde hij dat zorgvuldigheid tijd kost. Volgens hem is dat soms frustrerend, maar ook nodig om besluiten duurzaam te maken.
Bron liep vooral aan tegen het feit dat je als wethouder niet iedereen tevreden kunt stellen. Hij zei dat hij graag het goede wil doen voor inwoners, maar dat gemeentelijke besluiten vaak belangen tegen elkaar afwegen. Wat voor de ene groep logisch is, kan voor een andere groep juist pijnlijk zijn.
Scheffer noemde vooral het landelijke beleid. Vanuit zijn financiële portefeuille zag hij hoe onzeker gemeentefinanciën kunnen worden als het Rijk wisselend beleid voert. De zogenoemde ravijnjaren zijn volgens hem niet verdwenen, maar deels doorgeschoven. Zeewolde staat er financieel goed voor, maar waakzaamheid blijft nodig.
Hermans benoemde de persoonlijke impact van het wethouderschap. Kritiek hoort bij politiek, maar volgens hem kan de toon soms hard zijn. Dat raakt niet alleen de bestuurder zelf, maar ook de familie.
Op de vraag waar zij het meest trots op zijn, kozen de wethouders ieder hun eigen invalshoek.
Van de Beld wees op het sociaal domein. Hij is trots dat er meer mensen geholpen zijn zonder dat het sociaal domein in de afgelopen jaren tekorten liet zien. Ook noemde hij de aankoop van Open Haven belangrijk, omdat daar straks inwoners makkelijker de weg moeten vinden naar hulp, antwoorden en ontmoeting.
Bron noemde vooral het agrarisch buitengebied. Hij is trots dat Zeewolde deze periode nadrukkelijk een wethouder agrarisch gebied had en dat het belang van landbouw en buitengebied bestuurlijk steviger op de kaart is gezet. Het actieplan agrarische opgaven moet daar verder richting aan geven.
Scheffer wees op de combinatie van financieel solide beleid en investeren in de samenleving. Volgens hem is Zeewolde financieel gezond gebleven, met een sluitende begroting en reserves, terwijl tegelijk grote investeringen in voorzieningen zijn voorbereid of uitgevoerd.
Hermans sprak zijn trots uit over wat in Zeewolde gebouwd en in gang gezet is. Hij noemde onder meer de afbouw van Polderwijk, woningbouw, Open Haven, het gemeentehuis en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Voor hem gaat het niet alleen om stenen, maar om de manier waarop het dorp zich verder ontwikkelt.
Ook bij de vraag wat beter had gekund, kwam geen lange schuldbekentenis, maar wel een duidelijke rode draad: communicatie, tempo en participatie blijven moeilijke onderdelen van lokaal bestuur.
Van de Beld moest even nadenken over wat hij anders had willen doen. Hij kwam vooral terug op het feit dat veel plannen tijd nodig hebben en nog niet allemaal af zijn.
Bron noemde inwoners betrekken als blijvend aandachtspunt. Participatie klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het volgens hem ingewikkeld. Wat betekent meepraten precies? Wat gebeurt er met reacties van inwoners? En wanneer is participatie goed genoeg? Ook bij Diftar speelde communicatie een belangrijke rol.
Scheffer gaf aan dat hij soms zou willen dat zaken sneller gaan. Hij baalde van dossiers die door de nieuwe raad voorlopig zijn stilgezet, zoals de Groene Schuur en het ontmoetingsbos. Volgens hem hoort bij democratische besluitvorming ook dat eerder genomen besluiten uitgevoerd kunnen worden, al ligt de uiteindelijke afweging nu bij de nieuwe raad.
Hermans noemde als leermoment de manier waarop woningbouwprojecten worden aanbesteed. De gemeente is volgens hem anders gaan werken: kleinere porties bouwgrond, duidelijkere voorwaarden en meer sturing op betaalbaarheid. Dat heeft volgens hem veel opgeleverd.
Een opvallend gezamenlijk antwoord kwam op de vraag hoe de wethouders het college als team typeren. Alle vier gebruikten woorden als collegiaal, stabiel en teamgericht.
Van de Beld sprak over een college waarin wethouders betrokken waren bij elkaars onderwerpen zonder zich ermee te bemoeien. Volgens hem werd niet alleen naar de eigen portefeuille gekeken, maar ook meegedacht met collega’s.
Bron noemde het college een “collegiaal college”. Iedere wethouder had zijn eigen portefeuille, maar voelde zich volgens hem verantwoordelijk voor het geheel. Opvallend vond hij dat het verschil in politieke omvang binnen de coalitie geen rol speelde. Leefbaar Zeewolde had een grote meerderheid, maar volgens Bron is nooit gezegd: wij zijn groter, dus wij bepalen.
Scheffer keek vooral naar de verdeling van portefeuilles. Volgens hem zaten de juiste mensen op de juiste onderwerpen en zijn daardoor veel resultaten geboekt. Hij noemde het financieel solide beleid, Open Haven en de toekomst van sportpark De Horst als voorbeelden van dossiers waar het college stappen zette.
Hermans vatte het in één woord samen: “team”. Volgens hem waren de afspraken over portefeuilles duidelijk, maar hielden de wethouders elkaar goed op de hoogte. Hij vergeleek het college met een sportteam waarin ieder zijn positie heeft, maar het geheel moet functioneren.
De bestuursperiode kende ook veranderingen. Er kwam een nieuwe burgemeester en Scheffer trad tussentijds aan als wethouder. Daarnaast is inmiddels een nieuwe gemeenteraad gekozen, terwijl het oude college nog demissionair doorwerkt.
Dat zorgt voor spanning rond dossiers die al in voorbereiding zijn. Scheffer wees erop dat de nieuwe raad soms opnieuw kijkt naar besluiten van de vorige raad. Dat speelt bij onder meer het gemeentehuis, de Groene Schuur en het ontmoetingsbos.
Ook andere dossiers lopen door: jeugdwerk en The Basement bij Van de Beld, Diftar en het buitengebied bij Bron, Open Haven en sportpark De Horst bij Scheffer, en woningbouw, stikstof, Trekkersveld 4 en Defensie bij Hermans.
Bij Hermans kwam ook de komst van Defensie aan de Spiekweg aan bod. Hermans legde uit dat de gesprekken met Defensie nog lopen. Waar eerder werd gehoopt op een bestuursovereenkomst begin dit jaar, verwacht hij nu eerder richting het einde van het jaar meer duidelijkheid. Volgens hem spelen wisselingen in Den Haag daarbij mee. Met staatssecretaris Boswijk is inmiddels kennisgemaakt; dat bezoek was volgens Hermans vooral bedoeld om de stand van zaken met elkaar gelijk te trekken.
Aan het einde van de gesprekken kwam ook de vraag voorbij of de wethouders beschikbaar zijn voor een nieuwe periode.
Van de Beld zei graag door te willen. Hij wil zaken afmaken en verder werken aan verbeteringen in het sociaal domein. Bron zei dat hij “best nog een keer op reis” zou willen. Scheffer hield het voorzichtiger en zei dat alles mogelijk is, afhankelijk van de coalitievorming, de partijen en het profiel dat nodig is. Hermans was duidelijk: hij is beschikbaar.
De wethouders kregen ook de vraag wat inwoners zich later van hun periode zouden moeten herinneren.
Van de Beld hoopte op één woord: luisteren. Scheffer hoopte dat inwoners zien dat er dingen zijn bereikt om Zeewolde mooier en leefbaarder te maken. Bron wil vooral dat het agrarisch gebied blijvend wordt gezien als belangrijk onderdeel van Zeewolde. Hermans wees op de verdere ontwikkeling van het dorp en de vele projecten die zijn gerealiseerd of in de steigers staan.
De uitzending maakte duidelijk dat het college zichzelf ziet als stabiel en productief. Tegelijk is de bestuurlijke balans niet alleen een lijst van behaalde resultaten. Veel grote dossiers zijn nog onderweg.
Jeugdwerk, Diftar, het buitengebied, Open Haven, het gemeentehuis, sportpark De Horst, woningbouw, stikstof, Trekkersveld 4 en Defensie blijven ook de komende periode bepalend voor Zeewolde. De vier wethouders kijken dus terug, maar hun dossiers zijn nog lang niet uit beeld.
Dit hoofdartikel is de gezamenlijke terugblik op de uitzending van Zeewolde Kiest, waarin alle vier de wethouders spraken over vier jaar besturen in Zeewolde. In vier losse verdiepende artikelen gaan we uitgebreider in op de dossiers per wethouder:
Erik van de Beld – sociaal domein, jeugdwerk, Jeugdpunt, The Basement en onderwijs.
Ernst Bron – agrarisch buitengebied, Diftar, duurzaamheid, openbaar vervoer en wijkonderhoud.
Steven Scheffer – financiën, Open Haven, gemeentehuis, Meerinzicht en sportpark De Horst.
Helmut Hermans – woningbouw, stikstof, Trekkersveld 4, Meta en Defensie aan de Spiekweg.