Het aantal mensen met dementie stijgt richting de 500.000. Dat betekent dat we er allemaal mee te maken krijgen: zelf, of als partner, kind, vriend, collega of buur. Maar hoe herken je de allereerste signalen? En wat betekent dat bekende niet‑pluisgevoel — dat onderbuikgevoel dat er iets niet klopt, zonder dat je precies kunt aanwijzen wat?
Een verslaggever van Lokale Omroep Dronten sprak hierover met Roel Mulder, voorzitter van het Alzheimer Café Dronten. Hij ziet dagelijks hoe belangrijk het is om dat gevoel serieus te nemen.
Volgens Mulder begint het vaak onopvallend. Iedereen vergeet weleens iets, maar bij een niet‑pluisgevoel merk je dat er iets anders is dan anders — zonder dat je meteen kunt benoemen wat. Het gaat niet alleen om vergeetachtigheid, maar ook om kleine veranderingen, zoals:
-Vaste rituelen die ineens wegvallen.
-Routinetaken die misgaan.
-Spullen die steeds vaker zoek zijn.
-Kleine vergissingen die zich herhalen.
Een partner die al dertig jaar koffie met melk en suiker drinkt, vraagt opeens om zwarte koffie. Iemand die altijd moeiteloos naar Emmeloord reed, staat ineens in Harderwijk. Of er hangen overal briefjes in huis: “TV uit”, “Gas uit”, “Deur op slot”. Het zijn van die kleine afwijkingen die je in eerste instantie wegwuift, maar die zich langzaam opstapelen tot een patroon dat niet meer te negeren is.
Vroege herkenning verandert het ziekteproces niet, maar helpt wel om de impact te verkleinen. Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat veel mensen met beginnende dementie hun problemen verrassend goed weten te verbergen. “Mensen met dementie zijn niet gek,” benadrukt Mulder. “Ze zijn vaak enorm slim in het verbloemen van wat ze niet meer weten.”
Hij vertelt over een man die overal zijn Elfstedenkruisje mee naartoe nam. Zodra hij vastliep in een gesprek, haalde hij het tevoorschijn en begon enthousiast te vertellen. Voor buitenstaanders leek er niets aan de hand, terwijl zijn vrouw al lang doorhad dat er iets misging. Ook algemene antwoorden of het afschuiven van fouten op apparaten zijn typische manieren om onzekerheid te maskeren.
Partners merken de veranderingen vaak als eerste. Zij leven dagelijks samen en zien de subtiele verschuivingen in gedrag. Maar juist daardoor ontstaat soms twijfel: zie ik het te scherp? Ben ik te kritisch?
Kinderen zien vaak een ander beeld. Ze komen kort op bezoek en dan “presteren” mensen met dementie opvallend goed. “Ze pompen zich enorm op,” zegt Mulder. “Zodra het bezoek weg is, vervalt men snel weer in het oude gedrag — waarbij de vraag ‘Wie was dat ook alweer?’ regelmatig terugkomt.”
Dat leidt binnen families regelmatig tot botsingen:
-Het ene kind maakt zich grote zorgen.
-Het andere vindt dat er niets aan de hand is.-
De partner voelt zich soms niet serieus genomen.
Mulder vertelt over een dochter die ervan overtuigd was dat haar vader prima functioneerde. Tot ze hem een weekend in huis nam. “Na twee dagen zei ze: ja, het is inderdaad niet goed met papa.”
Het moment om in te grijpen is meestal geen harde grens. Het is het totaalplaatje dat telt: kleine afwijkingen die zich opstapelen, gedrag dat niet past bij iemands karakter, routines die verdwijnen. Een huis dat langzaam wordt verwaarloosd, een koelkast vol bedorven eten, of iemand die meerdere keren per dag dezelfde boodschappen doet — het zijn signalen die je niet moet negeren.
De eerste stap is altijd de huisarts. Die kan andere oorzaken uitsluiten, zoals een vitaminegebrek, schildklierproblemen, een depressie of een tijdelijke verwardheid door een infectie. Pas als die mogelijkheden zijn uitgesloten, volgt verder onderzoek naar dementie.
Mulder benadrukt dat het gesprek aangaan cruciaal is. “Niet beoordelen of verwijten, maar benoemen en samen bespreken — dat is belangrijk,” zegt hij. Dat werkt voor iedereen prettiger:
-De persoon met dementie voelt zich niet aangevallen.
-Partners en kinderen krijgen ruimte om zorgen te delen.
-Misverstanden en onbegrip worden voorkomen.
Daarnaast helpt het om structuur te bieden: vaste routines, herkenbare spullen, duidelijke afspraken. En vooral: geduld. Veranderend gedrag is geen onwil, maar een gevolg van een ziekteproces dat langzaam grip krijgt op het dagelijks leven.
Ook het delen van zorgen met de omgeving is waardevol. Door buren, vrienden, familieleden en andere betrokkenen te informeren, ontstaat meer begrip voor gedrag dat anders kan overkomen. Het voorkomt misverstanden en helpt de omgeving beter aan te sluiten bij wat iemand nodig heeft.
Dementie raakt uiteindelijk alle aspecten van het leven. Het geheugen wordt minder, taal en handelingen worden lastiger, en er kunnen gedragsveranderingen optreden die voor misverstanden zorgen. Iemand die altijd vriendelijk was, kan ineens prikkelbaar of agressief worden. Of iemand die altijd precies wist hoe apparaten werkten, raakt in paniek bij een simpele afstandsbediening.
Zonder diagnose lijkt dat soms op koppigheid of onverschilligheid. Na diagnose vallen de puzzelstukjes op hun plek — en ontstaat begrip.
Hoe eerder je weet wat er speelt, hoe beter je kunt reageren. Het geeft rust, richting en praktische handvatten. Mulder: “Als je weet wat er aan de hand is, kun je adequaat reageren.” Het helpt om ondersteuning te regelen, mantelzorgers te ontlasten en misverstanden te voorkomen. En het vergroot de kans om langer prettig thuis te blijven wonen.
Naast de huisarts en gespecialiseerde gezondheidszorg zijn er verschillende hulpmiddelen beschikbaar zoals:
-SignaLeren van Alzheimer Nederland helpt om te ontdekken of jouw niet‑pluisgevoel klopt.
-Op Dementie.nl vind je geheugentesten en praktische tips.
Ook het Alzheimer Café Zeewolde en het Odensehuis van Welzijn Zeewolde, in samenwerking met Breinpunt Zeewolde bieden informatie en ondersteuning.