De meeste gemeenteraadsleden zijn redelijk tevreden over het raadsakoord, de methode waarmee de afgelopen periode is gewerkt als alternatief voor de constructie met een coalitie en een oppositie. Een meerderheid is er dan ook voor, er de komende periode na de raadsverkiezingen opnieuw mee te gaan werken. Maar van groot enthousiasme is geen sprake, het systeem is voor verbeteringen vatbaar en er is ook geen eenstemmigheid.
Dat valt op te maken uit een onderzoek dat de gemeente heeft laten uitvoeren door het Periklesinstituut, een advies- en ondersteuningsorganisatie voor gemeente- en provinciebesturen. Het raadsakkoord lijkt vooral effect te hebben gehad op de politieke cultuur en omgangsvormen binnen de raad, aldus onderzoeker John Bijl, de directeur van het instituut, maar minder op de uitkomsten.
Genoemd worden onder meer meer rust in de politieke verhoudingen en een meer samenwerkingsgerichte toon in het debat. Het zoeken naar gezamenlijke oplossingen is voor velen een vanzelfsprekend onderdeel geworden van het politieke werk.
Maar er valt nog veel te winnen in de bestuurlijke verhoudingen tussen raad en college. Zo geven respondenten aan dat voorstellen van het college niet altijd herkenbaar aansluiten bij eerder door de raad gestelde kaders. Verder wordt de kwaliteit van raadsvoorstellen gemiddeld slechts als matig tot voldoende beoordeeld.
Daarnaast wijzen verschillende reacties erop dat deze werkwijze ook kan leiden tot het afzwakken van standpunten of tot minder scherpe politieke keuzes, aldus Bijl.