Het vorige week door negen partijen gepresenteerde raadsakkoord voor de komende vier jaar, waarin de plannen en ideeën voor Lelystad staan beschreven, wordt komende maandag 15 juni in de gemeenteraad besproken. Als het raadsakkoord dan wordt vastgesteld, is het de bedoeling dat twee weken later, op dinsdag 30 juni, de nieuwe wethouders worden benoemd.
In de plannen wordt ook een geworpen op de bezuinigingen waar de gemeente de komende jaren voor staat, want alle plannen ten spijt: financieel worden het moeilijke jaren, voor gemeenten in het algemeen en Lelystad in het bijzonder. Voor de komende twee jaar hoeft dat geen gevolgen te hebben. De gemeente heeft genoeg reserve opgebouwd om de tekorten dan aan te vullen.
Voor dit jaar verwachten de negen partijen sowieso, met kleine bijstellingen, 1,5 miljoen euro te besparen op de uitgaven. Daarnaast wordt er gekeken naar hoe het incidentele begrotingsoverschot dat zich vrijwel elk jaar voordoet structureel kan worden ingezet.
Doordat Lelystad groeit, komt er aan bouwleges van bedrijven en woningbouwprojecten elk jaar ook meer geld binnen bij de gemeente dan was begroot. Dat is incidenteel geld, omdat je niet van tevoren weet om welke bedragen het gaat. En als je daarin te gunstig zou begroten en meer inkomsten verwacht dan je uiteindelijk krijgt, heb je ook gelijk een financieel tekort.
Structureel nemen de uitgaven echter toe. Dan kan het voorkomen dat de gemeente miljoenen moet bezuinigingen, terwijl de jaarrekening een plus van 20 miljoen laat zien. Dat wat meer met elkaar in balans te brengen, daarop willen de negen partijen studeren, maar in ieder geval moet dat een bedrag van 2,5 miljoen euro per jaar opleveren.
Langere levensduur
Een derde besparing die wordt voorzien is technisch: door voor nieuwe gemeentelijke gebouwen en infrastructuur een langere levensduur in te boeken dan eerst, een levensduur die ook wettelijk past, kan er op afschrijving en daarmee structurele uitgaven worden bespaard.
Dat laat onverlet dat er ook voor een kleine 13 miljoen euro bezuinigd zal moeten worden. Daarvoor moet de nieuwe wethouder begin volgend jaar een plan voorleggen aan de gemeenteraad, over hoe dit gerealiseerd kan worden.
Jeugdzorg
Dat hoeft niet eerder als het aan de negen partijen ligt, omdat pas tegen die tijd ook duidelijk zal zijn hoeveel de jeugdzorg de gemeente extra zal gaan kosten. In het gunstigste scenario wordt uitgegaan van een tekort op deze post van tien miljoen euro volgend jaar aflopend naar 4.250 miljoen euro in 2030. In het meest ongunstige geval is het tekort volgend jaar 18 miljoen euro, oplopend naar 23 miljoen euro in 2030. Later dit jaar moet duidelijk worden hoeveel compensatie de gemeenten kunnen verwachten van het Rijk voor die alsmaar stijgende uitgaven en kosten binnen de jeugdzorg.