De gemeente wil een voorkeursrecht vestigen op de locatie van het Leonardo Hotel in het Stadshart. Dat betekent dat als het hotel het gebouw en de grond zou willen verkopen, men het eerst aan de gemeente te koop aan moet bieden. Het Leonardo Hotel is het daar niet mee eens, maar de gemeenteraad vindt het wel een goed idee.
Volgens wethouder Sanne de Wilde is er in het verleden regelmatig gesproken met het Leonardo Hotel en zijn daarbij scenario’s aan de orde gekomen die in de toekomst zouden kunnen gaan gelden. Eén van die scenario’s is dat de keten besluit het hotel en de grond te verkopen.
“Het Stadshart moet het visitekaartje van Lelystad zijn. Dat is in het raadsakkoord ook nog eens afgesproken. Dat betekent dat het de komende tijd transformeert naar een hoogstedelijk centrumgebied met een gemende functie en niet alleen winkels. We willen dan ook graag de regie grijpen voor eventuele toekomstige ontwikkelingen, en niet opeens voor een voldongen feit worden geplaatst die we liever niet zouden willen,” zei de wethouder daar dinsdag over.
Het voorkeursrecht kan worden ingesteld voor een periode van vijf jaar. Eerst was dat drie jaar, maar per 1 juli is dat landelijk verlengd naar vijf jaar. Dat betekent dat als het Leonardohotel haar ‘onroerende zaken’ zou willen verkopen, men het eerst aan de gemeente te koop aan moet bieden. Dat is bedoeld om speculatie met de grond tegen te gaan en te voorkomen dat er ontwikkelingen zouden plaatsvinden die de gemeente niet in dat gebied zou willen. Overigens wil dat niet zeggen dat de gemeente het dan ook moet kopen, maar het kan wel voorkomen dat het hotel opeens aan een andere partij is verkocht, die er bijvoorbeeld een arbeidsmigrantenopvang van wil maken.
De gemeenteraad heeft er gisteren in beslotenheid over vergaderd. Daarna spraken verschillende partijen, van links tot rechts, hun steun uit aan het voorstel. Het Leonardo Hotel heeft al aangekondigd tegen een dergelijke beslissing bezwaar aan te tekenen. De keten voelt zich overvallen door het besluit en vreest hier financieel schade van te kunnen ondervinden.