Lelystad is een stad waar poëzie niet alleen leeft, maar ook wordt geschreven. Vanuit die traditie brengt Radio Lelystad wekelijks het Gedicht van de Week: een moment waarop woorden even de ruimte krijgen om te ademen. Het gedicht klinkt bovendien in het poëzieprogramma De Dinsdagavondsalon, waar taal en verbeelding elkaar ontmoeten. Deze week de Amsterdamse dichter Joost Baars, winnaar van de VSB Poëzieprijs voor zijn debuut Binnenplaats. Met die bundel werd hij eveneens genomineerd voor de C.Buddingh’-prijs en de Herman de Coninckprijs. Joost is dit jaar terug met zijn nieuwe bundel 'Toen ik je kwijtraakte.' Zijn band met Lelystad? Hij is een zoon van dijkdichter en voormalig stadsdichter Juul Baars.
het is tijd nu om kleiner te worden,
niet meer dan een korreltje zand
op het pad in het bos waar je loopt
om jezelf tot bedaren te brengen.
niet weer dat grote gebaar aan een god,
de kosmos, die zinzucht, niet meer
steeds je verzetten tegen de dood,
want de dood is het veld waar
je hoe dan ook uitkomt, elk pad
door dit bos leidt ernaartoe. er ligt
in dat veld een klein meertje,
en toen je moeder haar laatste adem
uitblies, was het alsof je haar daar
aan de rand ervan zag, als een bootje
dat afgeduwd werd, door niemand,
zoals in die film, weet je nog. daar
ging ze, over het water, verdween
in de mist die daar hangt. het doet
er niet toe wat je daarbij gelooft,
want er is bij dit gaan geen naartoe,
alleen maar een blijven, naakt
en ontdaan, alleen
dat is wat jou staat te doen.