Lelystad is een stad waar poëzie niet alleen leeft, maar ook wordt geschreven. Vanuit die traditie brengt Radio Lelystad wekelijks het Gedicht van de Week: een moment waarop woorden even de ruimte krijgen om te ademen. Het gedicht klinkt bovendien in het poëzieprogramma De Dinsdagavondsalon, waar taal en verbeelding elkaar ontmoeten. Deze week Stephanie van Baggem uit Almere. Ze won 26 april de Poëtry Slam. Haar gedicht is het finalegedicht, waarin ze terugkijkt op haar jeugd. Als kind keek Stephanie altijd op naar volwassenen. Ze hoefden niet naar school, hadden geen huiswerk en leken te kunnen doen wat ze wilden. Nu ze zelf volwassen is, lijkt juist dat volwassen zijn haar soms wat te overvallen. Zij is van de generatie die als tieners het internet zag opkomen. Een tijd waarin het normaal was om niet bereikbaar te zijn. Waarin iedereen zichzelf kon zijn, zonder filter. We hoeven onszelf niet te bewijzen naar anderen. Wanneer is goed gewoon weer goed genoeg?
Ik dacht dat ik later iemand zou zijn
Je weet wel
Zo iemand met antwoorden
Met rust
Met een huisplant die niet doodgaat
Ik ben nu iemand
Met drie bijna dode planten
En een hoofd dat nooit uitlogt
Ik dacht dat groeien betekende dat het makkelijker werd
Spoiler: het werd duurder, verwarrender
En niemand vertelt je hoe vaak je jezelf opnieuw moet uitvinden
Om een beetje bij te blijven
Ik ben professioneel geworden in doen alsof ik weet wat ik doe
Ik knik
Ik lach
Ik zeg dingen als ‘Ja, dat is interessant!’
Terwijl ik denk: Waar hebben we het over?
En iedereen lijkt het te snappen
Of doet dat ook alsof
We zijn een generatie van goed functionerende vraagtekens
Met agenda’s vol dingen waar we geen energie voor hebben
Maar we gaan
Want ja, je moet toch
Maar soms zit ik stil en denk ik
Wanneer ben ik gestopt met gewoon bestaan
Zonder dat het ergens naartoe moest
Wanneer werd alles een doel
Een plan
Een bewijs
Dat ik er mag zijn?
Want misschien…
Misschien ben ik al iemand
Niet later
Niet beter
Maar nu
Met mijn chaos, mijn vragen, mijn halve antwoorden
En mijn drie planten… die nog leven, ondanks alles
En dat voelt eerlijk gezegd als een kleine overwinning