De gemeente heeft deze week de evaluatie gepresenteerd over het Bestedingsplan Zorglandschap Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) 2020-2026. Dat is de wet die regelt wat gemeenten moeten doen om mensen die ondersteuning nodig hebben zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen. In deze evaluatie valt te lezen dat de GGZ logeerbedvoorziening voor inwoners met psychosociale of psychiatrische problemen gaat verdwijnen, maar dat het meeste zorgaanbod goed werkt en in de toekomst structureel moet worden voorzien van budget. Maar dat vraagt wel om financiële keuzes van de politiek.
Opmaat naar scenario’s
Uit de evaluatie blijkt dat de meeste zorgaanbieders ‘aantoonbare maatschappelijke meerwaarde’ hebben. Het gaat onder meer om Woonstart (voor jongeren tussen 16 en 27 jaar die niet zelfstandig kunnen wonen), Vroegsignalering schulden, Outreachend werk (actief opzoeken en ondersteunen van kwetsbare inwoners, dak- en thuislozen en risicojongeren), Leeuwen’Art –(activiteitencentrum voor onder andere mensen met autisme, (licht) verstandelijke beperking, lichamelijke beperking, psychische- en psychosociale kwetsbaarheid, verslaving), De Wachtverzachter (ondersteuning voor mensen die op de wachtlijst van de GGZ staan) en Verslavingspreventie
Een groot deel van de zorg die deze projecten en instellingen bieden wordt sinds 2020 gefinancierd uit de bestemmingreserve van de gemeente, maar dat potje raakt leeg. De evaluatie die nu verschenen is vormt de opmaat naar de ‘Perspectiefnota’ van de gemeente. Die nota moet richting geven aan de toekomstige inrichting van het sociaal domein, inclusief keuzes over preventie, ondersteuning en de financiering van structurele zorgvoorzieningen, en wat dat allemaal gaat kosten. De bevindingen uit het rapport worden daarin meegenomen als onderbouwing voor de strategische keuzes die de gemeenteraad moet maken.
Logeerbedvoorziening verdwijnt
De logeerbedvoorziening GGZ (een tijdelijke slaapplek voor mensen met psychische problemen) werd de afgelopen jaren nauwelijks gebruikt, terwijl de kosten rond de 50.000 euro per jaar liggen. Dat bleek in de praktijk niet doelmatig, de evaluatie stelt dat het logeerbed “in meerdere jaren niet of nauwelijks is benut” en dat de langdurige bezetting door één inwoner in 2024 en 2025 niet aansluit bij het oorspronkelijke doel van kortdurende crisisopvang.
“Het is een pittig besluit om hiermee te stoppen”, zegt wethouder Siert Jan Lap. “Hoewel er weinig gebruik van gemaakt is, loop je altijd het risico dat er net vraag naar komt als je er mee gestopt bent.” Dit is een voorbeeld van hoe de monitoring nog verbeterd kan worden. Er wordt op dit moment nog veel gekeken naar cijfers op korte termijn en niet naar resultaten op lange termijn.
Marc Jehee, verantwoordelijk ambtenaar binnen het sociaal domein, hierover: “We gaan in de toekomst meer in gesprek met mensen, zodat we daadwerkelijk weten wat het effect van de geboden zorg is. Nu wordt er nog vooral gekeken naar cijfers als bezettingsgraad en beschikbaarheid, terwijl we eigenlijk veel meer geïnteresseerd zijn in de doelmatigheid op de langere termijn én hoe de zorg wordt ervaren door de zorgvragers.” De wethouder vult aan: “We hebben van de centrale overheid de opdracht gekregen meer in te zetten op zelfredzaamheid van burgers. Dat lukt al goed doordat de diverse zorgaanbieders in Dronten goed samenwerken en vroegtijdig problemen signaleren, waardoor mensen niet pas in een later stadium aankloppen voor hulp en dan echt veel zorg nodig hebben.” "Dronten loopt met de inrichting van het zorglandschap zelfs voorop, vanuit andere gemeenten wordt regelmatig gevraagd naar de ervaringen die in Dronten al sinds 2020 worden opgedaan.", legt Jehee uit.
Financiële druk op het zorglandschap
Als alle huidige activiteiten zouden worden voortgezet, terwijl de reserve leeg is, ontstaat een jaarlijks tekort van € 545.000. De evaluatie stelt dat deze situatie “op langere termijn niet houdbaar” is. De gemeenteraad wordt daarom aangeraden drie scenario’s te laten uitwerken:
Scenario 1: Structureel behoud
In dit scenario worden alle tien activiteiten uit het Zorglandschap structureel voortgezet. Dat betekent dat de gemeente jaarlijks € 545.000 moet toevoegen aan de begroting om het huidige ondersteuningsaanbod volledig in stand te houden. Dit scenario biedt maximale continuïteit, maar legt een zware druk op de gemeentelijke financiën.
Scenario 2: Selectief behoud
In dit scenario worden alleen de activiteiten behouden die volgens de evaluatie een duidelijke structurele functie vervullen of aantoonbare maatschappelijke meerwaarde hebben. De structurele kosten dalen in dit scenario aanzienlijk, maar blijven afhankelijk van de definitieve keuzes van de raad.
Scenario 3: Minimalistisch scenario
In dit scenario worden uitsluitend de activiteiten behouden die direct voortkomen uit wettelijke verplichtingen. Preventieve voorzieningen zonder wettelijke basis worden beëindigd. De structurele kosten dalen het sterkst, maar de evaluatie waarschuwt dat dit leidt tot “minder preventieve ondersteuning, minder vroegsignalering en een grotere druk op maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg”.
De evaluatie wordt later deze maand besproken in de gemeenteraad. De raad krijgt het advies mee niet alleen te kijken naar de financiële haalbaarheid, maar ook naar de maatschappelijke impact en de toekomstbestendigheid van het lokale zorglandschap en hoe dit alles in te passen is in de inrichting van ‘Stevige Lokale Teams’, zoals dat door de overheid is opgelegd.