Wilma van Kasteel uit Zeewolde gaat opnieuw mee naar Alpe d’HuZes en beklimt dit jaar zelf de berg tijdens Alpe d’HuZus op woensdag 3 juni.
Van Kasteel ondersteunt het team de Bolle Truitjes, dat niet uit Zeewolde komt. Zij werd door haar zoon en zijn vrienden gevraagd om opnieuw mee te gaan. Voor een van de deelnemers voelde het volgens haar nog niet afgerond. Tien jaar na het overlijden van zijn moeder wil hij opnieuw de berg op. Ook voor Van Kasteel was dat een reden om weer aan te haken.
Als vrijwilliger neemt Van Kasteel deel aan de Alpe d’HuZus, waarbij de berg één keer wordt beklommen. Dat gebeurt een dag vóór het hoofdevenement.
Tijdens Alpe d’HuZus beklimmen vrijwilligers de berg één keer. Voor Van Kasteel is die tocht persoonlijk beladen. “Twee vriendinnen van mij hebben recent de diagnose kanker gekregen. Dan wil je iets doen. Dit is voor mij ook symbolisch: dit doe ik voor jullie.”
Hoewel zij niet meerdere keren de Alpe op gaat, bereidt Van Kasteel zich serieus voor. Ze maakt lange wandelingen, traint op een loopband met helling en zoekt hoogteverschillen op, onder meer in Valkenburg.
Tijdens Alpe d’HuZes zelf ligt haar rol vooral bij de ondersteuning van het team. Boven op de berg helpt zij met eten, verzorging en materiaal voor de deelnemers. “Je staat klaar voor de deelnemers. Ze komen boven, laden op en gaan weer verder.”
Wat haar van een eerdere deelname vooral is bijgebleven, is de sfeer op en rond de berg. “Die enorme verbondenheid en het gedeelde verdriet, maar ook de drive om het samen te doen.” Tegelijk noemt zij het ook een intense ervaring. “Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dat maakt het mooi, maar ook heftig. Daarom zoek ik soms ook bewust momenten voor mezelf.”
Van Kasteel ziet ook hoeveel inzet er in Zeewolde is om geld op te halen voor het goede doel. Volgens haar maken al die acties verschil. “Hier worden veel acties georganiseerd. Dat is mooi om te zien. Elke bijdrage helpt.”
Voor haar is de deelname nauw verbonden met het belang van kankeronderzoek. “Je ziet wat het verschil is met twintig jaar geleden. Behandelingen zijn verbeterd en mensen kunnen langer leven. Daarom moet dat onderzoek doorgaan.”