Luisteren is voor Paula Hijne meer dan alleen geluid opvangen. Het gaat over aandacht, over kijken, voelen en ruimte geven aan het verhaal van een ander. Al tien jaar lang doet ze dat in het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor? bij Lokale Omroep Zeewolde. Een programma waarin juist de mensen die vaak buiten beeld blijven centraal staan.
Sinds januari 2016 maakt Paula het programma, elke eerste zondag van de maand, twee uur lang. Het programma wordt gedurende de maand elke week herhaald. In die tijd sprak ze met ongeveer tweehonderd gasten en maakte ze zo’n tweehonderdtwintig uur radio. De gesprekken gaan over werk, gezondheid, levenskeuzes en persoonlijke ervaringen. “Juist die mensen die niet zo gauw voor het voetlicht komen, die wil ik laten sprankelen in het programma,” zegt ze.
Het idee voor het programma ontstond onderweg naar de omroep. Terwijl ze naar de studio liep om haar plan te presenteren, kwam de titel ineens in haar op. “Ik weet nog precies waar ik liep hier in Zeewolde en ik bedenk ineens van hoor jij wat ik hoor. Dat vond ik een mooie titel.” Die titel bleef hangen en werd de kern van het programma. De ondertitel ‘horen in de breedste zin van het woord’ bleek later nog belangrijker dan ze toen kon vermoeden. “Het hele woord ‘horen’ heb ik zo omarmd, dat alles wat ik doe met horen, en niet horen, te maken heeft.”
Jarenlang werkte Paula in het onderwijs. “Naast het onderwijs hield ik van dansen en muziek maken. Ik schreef teksten voor toneel en cabaret, speelde en regisseerde. Ik heb een bedrijf gehad in het geven van kinderfeestjes en het spelen van kindervoorstellingen. Zo heerlijk om te doen.”
Haar loopbaan kreeg een andere wending toen haar gehoorproblemen toenamen. Gehoorverlies had ze al haar hele leven. In 2000 kreeg ze tinnitus en in 2006 werden de klachten veel erger. Toen trok ze aan de bel bij het audiologisch centrum. “Daar zeiden ze ga maar beginnen met hoorapparaten.”
Deze is ze gaan dragen maar na een paar weken ging ze letterlijk onderuit. “Het was een aanval van draaiduizeligheid, die kreeg ik elke keer als ik die hoortoestellen weer in had.” Ze kon het teveel aan geluid niet meer aan. De draaiduizeligheid, de druk op de oren en de steeds luider wordende tinnitus pasten bij de ziekte van Ménière. Ze viel uit in het onderwijs.
Dat moment betekende een breuk met het leven dat ze kende. Ze viel stil en had opeens een lege agenda. Gelukkig woonde ze in een fijn huis met haar man en zoons. “Zij hebben voor mij gezorgd in die periode en hebben mij geholpen om het te doorstaan.”
Tijdens dat voorzichtige herstel kwam houvast en moed uit onverwachte hoek. In het Groninger Museum zag ze een schilderij van een vuurvogel, een feniks die oprijst uit zijn as. Pas later begreep ze waarom het haar zo raakte: ze herkende zichzelf en haar leven op dat moment in het schilderij. “Ik ben die vuurvogel, de feniks die uit zijn as oprijst, maar ik ben ook die man die op het tapijt staat wat heel erg aan het wiebelen is. Ik vlieg door de lucht en weet niet waar ik neer zal komen.” Het besef dat ze op reis was, hoe onzeker ook, gaf richting. Net als de drie uilen op het schilderij, die voor haar wijsheid symboliseren. “Ik neem alle wijsheid die ik in mijn leven heb opgedaan mee. Die hoef ik niet kwijt te raken.”
Niet veel later volgde een tweede sleutelmoment. Nadat ze haar kinderen bij school had afgezet, zwaaide ze gedag en fietste weg. Terwijl ze langs de kinderboerderij bij De Zevenster reed, durfde ze opeens te denken aan een leven buiten het onderwijs. Die gedachte voelde niet zwaar, maar juist bevrijdend. Vanaf dat moment zag ze niet alleen wat niet meer kon, maar ook de mogelijkheden die zich langzaam ontvouwden.
Ze startte een coaching praktijk en begon te schrijven, vooral omdat ze merkte hoe lastig het was om duidelijke informatie te vinden. Dat leidde tot haar eerste boek Ménière in balans. “Daar stond een stukje in over evenwicht, dat is een belangrijk onderdeel binnen die ziekte. Ik had het opgeschreven en dacht: het klopt wel wat er staat, maar ik snap het nog niet.”
Daarna volgde het tweede boek Evenwicht in uitvoering. Ze verdiepte zich in de wetenschap achter evenwicht en liet haar teksten controleren door KNO-artsen van het MUMC in Maastricht, waar onder andere het Academisch Expertisecentrum Duizeligheid is gevestigd. “Ik wilde het boek kloppend, maar wel in begrijpelijke taal schrijven. Geen Jip-en-Janneketaal, maar huis-tuin-en-keukentaal.” Zo ontstond een boek met meer lagen, dat voor veel mensen begrijpelijk is.
Het schrijven bleef. Er volgde nog een boek, Hoor jij wat ik hoor?, over leven met tinnitus. De boodschap is duidelijk: leren omgaan met tinnitus vraagt aandacht en actieve inzet. “Dat gaat niet vanzelf.”
Door haar gehoorverlies leerde Paula anders communiceren. Ze gebruikt Nederlands met gebaren en richtte een gebarengroep op in Zeewolde, niet uit nood, maar uit voorbereiding. “Ik weet dat ik door mijn gehoorverlies doof kan worden. Om dat voor te zijn, dacht ik: dan is het goed om alvast bezig te zijn met hoe ik toch kan blijven communiceren.”
Tijdens haar radio-uitzendingen let ze sterk op lichaamstaal, gezichtsuitdrukking en sfeer. “Ik kijk met mijn ogen en luister met mijn ogen. Mensen vinden dat fijn, dat ik op die manier contact maak.”
In haar gesprekken merkt Paula dat mensen vaak langer en vrijer praten dan ze zelf verwachten. “Als iemand dan zegt: is die twee uur nou al voorbij, en je hoort later van de partner dat ze die persoon nog nooit zo lang achter elkaar hebben horen praten. Dat raakt voor mij de kern.”
Dat is ook wat Hoor jij wat ik hoor? kenmerkt. Het programma is rustig, zonder haast, met zorgvuldig gekozen muziek die past bij het gesprek en bij de woorden die worden uitgesproken.
Tien jaar na de eerste uitzending is Hoor jij wat ik hoor? uitgegroeid tot een vast onderdeel binnen Lokale Omroep Zeewolde. Niet door grote woorden of snelle radio, maar door aandacht en echtheid. Door te luisteren in de breedste zin van het woord. En precies daarin blijft Paula Hijne, ook na tien jaar, herkenbaar.