Teunis Ruiten (36) is sinds 1 mei van dit jaar officieel directeur van het Bureau Gelijke Behandeling Flevoland (Discriminatie NL Flevoland). Hoewel hij al sinds april 2021 bij de organisatie werkt, markeert zijn nieuwe rol een belangrijk moment voor het bureau, dat de afgelopen jaren door een turbulente periode ging.
Veel Flevolanders kennen de naam ‘Bureau Gelijke Behandeling’, maar ook de naam ‘Discriminatie NL Flevoland’ komt vaak voorbij. Dat is geen toeval, legt Ruiten uit. “Die dubbele naam komt voort uit landelijke afspraken. Sinds 2024 voeren alle regionale antidiscriminatievoorzieningen hun meldpunt uit onder de naam Discriminatie NL, om herkenbaarheid te vergroten. De wettelijke basis ligt in de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (WGA), die elke gemeente verplicht een meldpunt te hebben. Omdat BGBF al bestond voordat Discriminatie NL ontstond, heeft de provincie ervoor gekozen de taken van Discriminatie NL bij ons te beleggen. Zo hebben wij nu eigenlijk een dubbelfunctie, waardoor je ook ziet dat wij veel meer aan preventie doen, dan veel Discriminatie NL bureaus in andere provincies.”
Waar sommige antidiscriminatiebureaus zich dus vooral richten op klachtbehandeling, kiest Flevoland bewust voor een bredere aanpak. “Wij hebben als missie: voorkomen én bestrijden van discriminatie. Bij ons is de verdeling zo’n beetje fifty-fifty.”
Dat betekent dat het team niet alleen meldingen behandelt, maar ook trainingen, gastlessen en themadagen organiseert. Het bureau ziet educatie en preventie als hoekstenen in de strijd tegen discriminatie.
Het BGBF draait op subsidie vanuit de overheid. De antidiscriminatiebureaus krijgen een vast bedrag per inwoner. Van die subsidie moeten zowel de medewerkers als de preventieprojecten betaald worden. Dat is geen vetpot, aldus Ruiten, zeker omdat het aantal meldingen de laatste jaren stevig stijgt.
“Als we naar het jaarverslag van 2025 kijken, zien we dat er vooral veel meldingen gedaan zijn over discriminatie op grond van godsdienst. Vooral in Almere en Lelystad is die plotselinge piek te wijten aan een social media bericht van politicus Geert Wilders. Naast godsdienst, is discriminatie op grond van ras en geslacht ook goed voor een flink aantal meldingen”
Ruiten ziet ook dat het klimaat rond thema’s als LHBTIQ+ en diversiteit de afgelopen jaren is verslechterd, vooral in het onderwijs.“Paarse Vrijdag is ingewikkeld geworden. Ook op scholen waar dat al jaren zonder problemen gebeurde.” Hij vertelt over een pilot op een “doorsnee school”, waar bijna het hele team vond dat seksuele en genderdiversiteit niet bespreekbaar hoefde te zijn. Slechts één docent stond op bij de stelling dat dit wél moest. “Dan denk ik: we hebben echt nog een wereld te winnen.”
Soms leidt een melding tot structurele verandering. Ruiten vertelt over een zaak waarbij iemand met een hulphond werd geweigerd in een restaurant. “Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat zij, die franchise, hun landelijke beleid hebben aangepast.” Alle medewerkers worden sindsdien getraind in hoe om te gaan met hulphonden — een impact die verder reikt dan Flevoland.
Om preventie structureel aan te pakken, ontwikkelde Ruiten een nieuw model: DAPPER. Dat staat voor: Data‑gedreven Actiegerichte Preventie door Peers, Evaluatie en Respect. Het idee erachter is om scholen het hele jaar door te volgen, te meten wat er speelt en lessen daarop af te stemmen. Zo kunnen signalen van racisme, homofobie of islamofobie eerder worden opgepikt. “Je wilt iets doen aan de cultuur, niet alleen aan het incident.”
Hoewel het aantal meldingen dus al jaren toeneemt, wordt er volgens Ruiten juist veel te weinig gemeld. “Uit onderzoek blijkt dat 11 procent van de mensen discriminatie ervaart en slechts 1 procent bij ons komt.” Dat betekent dat de bijna 700 meldingen van vorig jaar slechts een fractie zijn van wat er werkelijk speelt. Daarom pleit hij voor méér meldingen. “Of ik er honderd binnenkrijg of tien, dat maakt nogal een verschil als het gaat om hoeveel urgentie er wordt gegeven aan het zoeken naar een oplossing binnen een bedrijf of organisatie.”
Ruiten benadrukt ook dat een melding niet altijd over jezelf hoeft te gaan. Veel mensen twijfelen of iets ‘erg genoeg’ is om te melden. Maar volgens hem is dat precies waarom het wél moet: “Dat hoef jij niet te bedenken, daar zijn wij voor.” Je kunt het ook melden als je iets ziet of hoort dat raakt aan discriminatie. “Elke melding is er één.”
Na het doen van een melding begint het proces met een check: is het in Flevoland gebeurd? Daarna wordt gekeken of de melder anoniem wil blijven. Dat kan altijd, maar beperkt de mogelijkheden wel een beetje. Vervolgens wordt er besproken welke ondersteuning passend is. Dat varieert van een luisterend oor tot bemiddeling tussen partijen. “Elke stap gaat weer terug naar de melder.” Als na een aantal stappen blijkt dat bemiddeling niet werkt, kan een zaak uiteindelijk zelfs worden voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens — de “eindhalte”, zoals Ruiten het noemt.
Het melden van discriminatie kan online via de website van BGBF, daar vind je ook het telefoonnummer van het bureau.