De kort voor de verkiezingen afgetreden wethouders Annemieke Messelink-Dijkstra en Dennis Grimbergen hebben zich inderdaad schuldig gemaakt aan gedrag dat ambtenaren een sociaal onveilige werkomgeving bezorgde. Van machtsmisbruik is echter geen sprake. Dat is de conclusie van het externe onderzoek naar hun functioneren, dat op last van de gemeenteraad openbaar is gemaakt. Het is uitgevoerd door het bureau Necker van Naem Integriteit.
Aanleiding waren klachten van medewerkers. Maar de onderzoekers keken ook naar de manier waarop Lelystad onder verantwoordelijkheid van Messelink-Dijkstra binnen de regio een eigen koers voer ten aanzien van de jeugdzorg, wat leidde tot wrijving met zorgorganisaties en zelfs rechtszaken.
Het beeld ontstaat dat ze in de aanloop naar haar voortijdige vertrek zeer gedreven is haar visie uit te dragen, maar daarbij erg ver gaat. Ze zegt volgens de verklaringen van betrokkenen dat anderen het gewoon niet begrijpen en dat ze wordt ondermijnd en tegengewerkt, dat hun werk niet deugt en dat zij de baas is. Daarbij gebruikt ze denigrerende taal. “Niemand kan hier iets,” wordt uit haar mond opgetekend, en: "Ik ben hier de enige deskundige.”
De wethouder zelf vindt dat ze niets verkeerd heeft gedaan. Ze constateerde gewoon een gebrek aan kwaliteit en stond daarin niet alleen, aldus haar verweer. Verder bedoelde ze dat niet ambtenaren het beleid bepalen, maar de gemeenteraad en dat het haar taak is, dat uit te voeren.
Een ander punt is het verwijt dat ze zich bemoeit met de dagelijkse uitvoering en daarbij de verantwoordelijken omzeilt. Zo zou ze een-tweetjes hebben met de inmiddels wegens intimiderend gedrag ontslagen directeur van het bureau Jeugd Lelystad (JEL) over dossiers. Volgens haar ging dat echter niet om individuele gevallen en had zij als bestuurder het recht om met de leiding van een uitvoeringsbureau te overleggen. Daar kijken de onderzoekers op grond van formele gronden zelf overigens anders tegenaan.
Over Grimbergen wordt in het rapport gezegd dat hij zich herhaaldelijk negatief uitliet over de meest uiteenlopende mensen op het stadhuis, ook binnen het college, met name de burgemeester en collega Piet van Dijk en hij zou collega Sjaak Kruis zelfs seniel hebben genoemd, directeuren randdebielen en de gemeentesecretaris een viswijf. Maar die laatste drie uitspraken ontkent hij; voor de rest zou het gaan om opmerkingen die uit hun context zijn getrokken.
Verder wordt gemeld dat hij twee keer boos bij een gesprek is weggelopen, dreigde met de mogelijkheid mensen te ontslaan en suggereerde dat hij belastende informatie had over mensen.
Van zijn kant zegt Grimbergen dat hij problemen ondervond met hoge ambtenaren die hun eigen koers wilden varen en lieten blijken geen boodschap te hebben aan een wethouder.
Verder gaat het rapport uitgebreid in op meningsverschillen die binnen het college en met de ambtelijke top ontstonden over de te nemen maatregelen om de organisatie te verbeteren.
Al met al concluderen de onderzoekers dat de wethouders geen misbruik van hun gezag hebben gemaakt, maar door hun gedrag wel een sfeer hebben veroorzaakt waarin medewerkers zich niet meer vrij voelen om zich te uiten en intimidatie ervaren.
Messelink-Dijkstra en Grimbergen onderschrijven de uitkomsten niet.
De eerste schrijft in haar reactie dat volgens haar niet is gezocht naar de waarheid, maar naar bewijs tegen haar. Ze stelt dat feiten en aannames onvoldoende worden gescheiden en hekelt het gebruik van het woord 'aannemelijk'. Ook is er volgens haar onvoldoende aandacht voor de context (discussies over een gebrekkig organisatie) en spreekt ze zelf van een 'stevige, directieve bestuursstijl'. “Het feit dat je scherp stuurt, duidelijke keuzes maakt of weinig ruimte laat voor tegenspraak, kan als onprettig worden ervaren, maar is niet zonder meer gelijk te stellen aan intimidatie of het creëren van een onveilige werkomgeving.”
Ook Grimbergen zit op dat spoor. Hij vindt daarnaast dat zijn verweer onvoldoende is terug te vinden in de conclusies.